Zijn jeugd ?

Ik ben geboren te Kortrijk in 1919.  Ik heb een broer gehad en een zusje dat jong gestorven is.  Mijn ouders waren diep gelovig.  Aan hun voorbeeld heb ik heel veel te danken, ook al heb ik pas op 55 jarige leeftijd, toen God mij op de knieën heeft gezet, de draagwijdte van hun woorden en leefwijze begrepen.  Moeder ging regelmatig op bedevaart, uren te voet; zij kwam terug met bezeerde voeten, maar ‘s anderendaags was zij weer op weg.  Vader was lid van de derde orde van Sint Franciscus; hij bad iedere dag zijn rozenhoedje.  De litanie van de eerste vrijdag van de maand werd geknield in het gezin gebeden. Het bezoek aan de kribben op kerstdag, zoveel onvergetelijke herinneringen.  Mijn ouders waren streng maar rechtvaardig; ze waren echt, authentiek, recht voor de vuist, eigenschappen die ik altijd heb gewaardeerd.  Op de lagere school, bij de Broeders, was ik graag: het onderwijs was er degelijk.  Later op het college te Kortrijk was het streng en tucht vol: ook de externen moesten aanwezig zijn ‘s morgens om 6.30 u voor de mis tot 7 u ‘s avonds, ook ‘s zondags.  In 1934 verhuisden we naar Sint Niklaas.  Daar heb ik scouting leren kennen.  Mijn ouders en opvoeders hebben mij een schat doorgegeven: het geloof.  Zelfs hun strengheid had zeer positieve kanten.

Op het college heb ik mij geïnteresseerd aan het missieprobleem: na mijn retorica ben ik filosofie gaan studeren bij de Witte Paters.  Bij het begin van het tweede jaar ben ik van gedacht veranderd.  Ik heb mij laten inschrijven aan de faculteit van geneeskunde te Leuven.  Mijn laatste universiteitsjaren vielen samen met de bezetting.  In 1944 deed ik dienst als dokter bij het bezettingsleger in Duitsland: verwoeste steden, massa’s vluchtelingen uit het Oosten, een menigte alleenstaande vrouwen, miljoenen verscheurde gezinnen, honger en in de loop van mijn universitaire studies was mijn geloof stilletjes aan verwaterd; na mijn demobilisatie heb ik mij als algemene practicus in de streek van Leuven gevestigd.

↓