Jan Rolies en Rondom Gezin over Dr. J. Vermeire

 

Tekstvak:

PORTRET VAN EEN VLAAMS SEKSUOLOOG

DR. JAN VERMEIRE:

Tekstvak:

In 1979 maakte ik kennis met Dr. J. Vermeire, in de zestiger jaren een ge­waardeerd seksuoloog en thans de bezieler van een
opvanghuis voor marginalen in de hoofdstad. Uit de waardering voor zijn persoon en werk groeide in mij het plan aan hem,
die m.i. een verdienstelijke rol gespeeld heeft op gebied van seksuele hulpverlening en voorlichting in Vlaanderen,
een artikel te wijden. Het volgende gaat terug op een gesprek dat ik met hem had in novem­ber ’85.
Uiteraard is met het volgende niet alles gezegd over zijn seksuologisch werk.
Ik hou het bij een portret en laat aan anderen de taak om een uitvoeriger analyse van zijn publicaties te maken.

DE GESCHIEDENIS VAN DE
VLAAMSE SEKSUOLOGIE

Talrijk zijn de bijdragen over de geschiedenis van de Vlaamse seksuologie niet. Is de reden hiervan dat zij van erg recente
datum is en dat de meeste pioniers nog in leven zijn?

Prof. P. Nijs schetste de geschiedenis aldus :

‘Als gevolg van kerkelijke en maatschap­pelijke weerstanden ontwikkelde de seksuologie in Belgic zich pas na de
Tweede Wereldoorlog. Op initiatief van een kleine groep artsen kwamen de eerste centra voor
hulpverlening bij huwelijks- en gezinsproblemen en voor contraceptief advies tot stand: o.a.
de Huwelijks- en Gezinsraden (1956), waar­uit in 1971 de Federatie van Consultatiebureaus voor
Levens- en Gezinsmoeilijkheden ontstond en de Association Belge des Centres Consultations Conjugates (1966).
Ook werden Centra voor Gezinsplanning en Seksuele opvoeding opgericht. Sedert 1967 worden
voor artsen postuniver­sitaire seminaries en zogenaamde Balint­groepen (gespreksgroepen in verband
met medisch-psychologische en psycho-seksuele problemen) georganiseerd.

Aan seksuologische vorming op breder maatschappelijk vlak wordt gedaan door de (katholieke)
Gezinspastoraal en Pastorale Familiale, en door de (vrijzinnige) Vlaamse Vereniging voor Seksuele
Hervorming (1970). Sedert 1961 bestaat te Leuven het Instituut voor Familiale en Seksuologische Weten­schappen
(verbonden aan de faculteit geneeskunde). Grote weerklank vonden de geschriften van J. van Ussel,
die te zamen met P. Nijs in 1968 het Interuniversitair Onderzoekscentrum voor Seksuologie oprichtte.
Te Leuven verschijnen de reeks Leuvense Cahiers voor Seksuologie (sedert 1975)
en het tijdschrift Seksuologische Actualiteiten (sedert 1976)’ Tot zover P. Nijs (1).

Vergeleken met andere landen in West-Europa is Belgic een van de allerlaatste landen geweest waar de
seksuologie als wetenschap en praktijk (seksuele hulpverlening en -voorlichting) op gang gekomen is. Een van de
na­oorlogse pioniers was Dr. J. Vermeire, die deel uitmaakte van de kleine groep artsen die het initiatief namen tot het
oprichten van ‘Huwelijks- en Gezins­raden’ en waarover hierboven reeds sprake was. (2)

JAN VERMEIRE (1919- ).

Dr. Jan Vermeire vestigde zich na zijn afstuderen te Leuven in 1944 als huisarts in dezelfde stad.
In de loop der jaren gaf hij zich steeds meer rekenschap van het feit dat seksuele- en gezinsproblemen aan de basis lagen
van klachten en artsenbezoek. Voor deze problemen vond hij niet onmiddellijk een oplossing en daarom besloot hij in
1954 met zijn praktijk te stoppen om zich te kunnen informeren over de stand van zaken op gebied van seksuologie en
seksuele hulpverlening in Europa. In de Bibliotheque Nationale van Parijs las hij de beschikbare seksuologische literatuur,
hij trok naar Nederland waar hij Dr. C. van Emde Boas leerde kennen en de NVSH, in Duitsland nam hij kennis van de
activiteiten van de Evangelische Ehe­und Familienberatung, de Katholische Ehe- and Familienberatung, e.a., in
Engeland had hij kontakten met de verantwoordelijken van de Family Plan­ning beweging en de
National Catholic Advicering Councils (NCAC).

In 1955 startte Dr.J.Vermeire te Schaar­beek(Brussel) met een prive-praktijk voor seksuele hulpverlening.
Hij liet volgend naambord maken: Dr.J.Vermeire Seksuologie. Waarschijnlijk was hij op dat ogenblik de enige arts in Belgie die
een dergelijk naambordje had. Aan klienten en problemen ontbrak het niet. Door toeval werd hij een veelgevraagd voordrachtgever.
Een van de broers van Jan Vermeire was lid van het bestuur van de ‘Bond van de kroostrijke Gezinnen’
(nu: Bond voor Grote en Jonge Gezinnen, BGJG). Toen hij hoorde van Jan’s nieuwe werkzaamheden,
nodigde hij hem uit voor een lezing over seksuele opvoeding voor de gewestelijke verantwoordelijken van de bond.
De gevolgen bleven niet uit. Jan Vermeire werd uitgenodigd voor lezingen over seksuele opvoeding,
over huwelijk en gezin, enz…in de plaatselijke afdelingen.
Gedurende zes jaren zou hij meer dan duizend lezingen geven in Vlaanderen en Wallonie.
De schriftelijke vragen van de aanwezigen -ze vulden ettelijke zakken­vormden de basisdocumentatie voor zijn latere boeken.

Een andere vraag tot lezingen over seksuele hygiene kwam van het Belgisch leger, dat hem uitnodigde om voorlichtings-lezingen te
geven in de Belgische instructiecentra en voor de Belgische troepen in Duitsland. In Sooi Wilems, legendarische soldatenpastor,
vond hij een bondgenoot en samen organiseerden zij in het kader van Milac, een katholieke soldatenwerking, samen­komsten voor
soldaten over seksuele beleving. In die dagen werd er in het leger, voor de jonge rekruten, een angstaanjagende film vertoont
over de gevaren en de gevolgen van venerische ziekten -de tite! van de film luidde ‘Het sluipend gif’- waartegen hij zich verzette.
Met Jos Burvenich,S.J., trok hij jarenlang, voorzien van een dia-reeks, Vlaanderen rond voor het begeleiden van verloofden-cursussen.

Tenslotte deed het gerecht beroep op hem. Bij talrijke zedendelicten werd zijn oordeel gevraagd.
Hij consulteerde vele mensen in de psychiatrische afdeling van de gevangenis in Doornik en trod op als expert in assisenzaken.
Hem konden mensen die voor de X-maal voor exhibitionisme opgesloten waren, voor de eerste keer hun verhaal kwijt.

In 1973 werd het hem allemaal teveel en op een morgen, tijdens een consulta­tie,stortte hij in elkaar.
Hij stopte met zijn praktijk en trok zich terug op zijn landgoed in de Ardennen.

In 1977 startte hij met een werk voor daklozen, clochards en marginalen te Brussel.
Dagelijks ontvangt hij in de Zuinigheidsstraat meer dan tweehonderd arme mannen en vrouwen,
‘de vierde wereld’ van de hoofdstad. Dit werk noemde hij naar Franciscus van Assisi: ‘Poverello’.

HUWELIJK EN GEZIN

In heel zijn loopbaan als seksuoloog en hulpverlener ging het Dr.J.Vermeire uiteindelijk vooral om de bevordering van een
gelukkig huwelijks- en gezins­leven. Op onze dagen is de seksuele beleving niet longer het voorrecht van gehuwden
of verloofden en kunnen seksualiteit en voortplanting ontkoppeld worden. Ideologien verdegigen het recht op lust;
los van engagement of affectiviteit. (Sex for fun)

In de vijftiger en zestiger jaren was het zover nog niet, maar werd de huwelijksrelatie beschouwd als de ideale plants voor
een rijke en vruchtbare seksualiteitsbeleving, zeker in katholieke kringen. ‘Vrije liefde ‘ vindt hij nog steeds een weg zonder
uitkomst. Dr.J.Vermeire was ervan overtuigd dot in vele huwelijksrelaties de seksuali­teitsbelevening klem zat en dot dit
aanleiding gaf tot spanningen en verzuring van de relatie. (3) Mensen durfden elkaar niet met tederheid bejegenen, aldus Jan Vermeire,
omdat dit aanleiding zou kunnen geven tot seksuele contacten, welke misschien

zondig waren. Het was zijn bedoeling de mensen te bevrijden tot en te bege­leiden naar een nieuwe tederheids­cultuur.
De seksualiteit was fundamen­teel een goede gave Gods, een kans tot vreugde en creativiteit.
Ziende wat er elders gebeurde op gebied van huwelijksbegeleiding en dagelijks getuige zijnde van de relationele en seksuele

ellende van zijn patienten, ging Dr.J.Vermeire vooraanstaande moralisten als L.Janssens en V.Heylen opzoeken, de

pedagoog A.Kriekemans, de artsen Renner en Rubbens e.a. om hen in te lichten over zijn bevindingen en hen uit te nodigen samen
iets te ondernemen. Dit resulteerde in de ‘Huwelijks- en Gezinsraden’ welke opgericht werden in 1956 en
waarvan het eerste bureau in Brussel geopend werd. Dr.Vermeire die samen met meester van Agt,
de statuten ervan had opgesteld, werd secretaris­generaal van de vereniging, prof. van Hee de eeste voorzitter. (4)

Tijdens de studieweek ‘Seksualiteit en groei naar volwassenheid’ ingericht door de ‘Huwelijks- en Gezinsraden’ te Heverlee
van 24 tot 28 augustus 1959 riep hij op tot een positieve seksuele gezinsopvoeding. Ouders en opvoeders moesten beter ingelicht worden
opdat zij hun verantwoordelijkheid zouden kunnen nemen. En opperde hij: ‘Het inrichten van verplichte theoretische cursussen en van een
practicum over huwelijks- en gezinsproblemen, misschien in het kader van een instituut voor gezinsweten­schappen, in onontbeerlijk ‘. (5)
Dat het initiatief aansloeg bewezen de consulten in 1956: 350; in 1957: 1150; in 1958: 1750.

Toen in de zestiger jaren de secularisatie-golf Vlaanderen overspoelde en in het kader van het concilie, bijeengeroepen door
paus Johannes XXIII, een geest van vrijheid door de kerk trok, -denken wij maar aan de rol van bisschop Bekkers in
Nederland- kwamen vele priesters en religieuzen in de problemen.
Hun ‘roeping’ ervaarden zij plots niet meer als evident en onder druk van de veranderde maatschappelijke (o.a. de seksuele revolutie)
en religieuze omstandigheden kwamen zij in een affectieve krisis. Wat bij velen reeds long sluimerde, brak door.
In die jaren vonden tientallen de weg naar Brussel om er een oplossing voor hun affectieve en seksuele problemen te zoeken.
In talrijke kloosters gaf hij in die dagen lezingen over de betekenis van de seksualiteit.

VERENIGING VOOR SEKSUELE HYGIENE

In 1961 richtte Dr.J.Vermeire de ‘ Vereniging voor Seksuele Hygiene’ op waarvan de doelstellingen waren :

-het bestuderen van de seksuele problematiek en het bevorderen van de seksuologie als wetenschap;

  • het verspreiden van een verantwoorde voorlichting door aangepaste methodes;
  • het verstrekken van individuele hulp in medico-sociale centra.

Heeft de vereniging hoar doelstellingen waar gemaakt in de loop van de jaren? Ongetwijfeld!

In 1962 verscheen het eerste nummer van ‘ Tijdingen over seksuologie’, een tijdschrift dat als ondertitel droeg:
Tweemaandelijkse bijdrage tot de studie der seksuele problematiek. Dr.J.Vermeire verzorgde de redaktie, verbeterde
de drukproeven en vertaalde de artikels voor de franstalige uitgave van het tijdschrift.
Het tijdschrift werd op ongeveer 1500 exemplaren verspreid.
De vereniging organiseerde colloquia. In 1964 organiseerde zij een eerste colloquium over homoseksualiteit te Brussel,
een tweede over hetzelfde tema volgde te Antwerpen in 1965.

In Brussel, Gent, Luik ontstonden secties waar seksuologische temata besproken werden. Zo had in 1965 te
Gent een discussieavond plaats over kristelijke en humanistische seksuele moraal.

Naast zijn eigen praktijk verzorgde Dr.Vermeire de consultaties in ‘Het medico-sociaal centrum voor Seksuolo­gie’ te Brussel,
dat opgericht werd door de vereniging in 1961. De laatste jaren van zijn praktijk werkte hij met vier artsen
die zich onder zijn leiding bekwaamden in seksuologische hulpver­lening.

Het centrum, gevestigd in de Paleizenstraat te Brussel, beantwoordde ook schriftelijke vragen betreffende geboorteregeling,
opvoedingsproblemen en gezinsmoeilijkheden. In een brochure staat ook nog vermeld: voorhuwelijkse raadpleging.
In de zestiger jaren was de anticonceptie front-pagina nieuws. Daarom nodigde de Vereniging Dr.Knaus naar Brussel
uit voor een uiteenzetting over de PO (= periodieke onthouding)   .

TIJDINGEN OVER SEKSUOLOGIE

(TWEEMAANDELIJKS)

R ‘ elrnwrbupprlUke rand Univ. l’rvf. Dr. Ilerrnann KNAIIS.

ErrVnorzitter van de Vcrenlging voor

Seksuele Ilygienc – Helgle. IIoofdredaktenr I)r. med. J. E. A. Vernlctre. ItrdukUrraad : A. De (Joe, Dr riled. C. Lhnlxls. Dr med. J. Mer­lens, Dr mud. A. Neyns, Dr med. M. Uuttler, Dr med. P. Philips, Dr. med. Ch. Van I Mute.

IlulIenhmd.e knrreapondenten : Prof Ohambre en Francois Marv
runix (hnmkrljk); Mrs. Rose Hacker en .Inhn Wallis, Esq.
(Ct»nt-IirlttanJel: Dr. med. C. (;riiger. Dr. naval. 13. Korte en
Prof. Dr. med. L. I.ateffler (West-Duitslandl: Prof. Dr. med. Da.
vlr It. Mace (V.S.A.) ; Dr. med. .1. Marshall (Groot-UritanJcl ;
llcrtle L. feel I Malesle): Dr. med. II. Sutlba-l tuber I ‘ Lwltser‑
laud; I)r. mcd. It. Stnll1a IZwiLccrlanill.

Per nummer : 20 B. fr.

Abonnement: Belgic : 100 B. fr. per jaar.

I Riftenland : 120 U, fr. (per internatlonaal fost­mandaatl.

I’.1′.lt. : 1 IN.’.:.11

Direktle – Redaktle : 5, PALEIZENSTRAAT – BRUSSEL 3
Tel. (02) 52.21.45

Alle, zelfs pedeeltelijke rectum voorbehouden voor alle landen, sander
noorafgaandrlijk akkoord van de uilgever. Map nnch , Irrspurtr‑
feullles oppeno,sen, noch in hour nfpeslnnn Uncle,,

Slit genchlkt none klnderen
1 ‘aralt t•n langue francafse.
SEPTEMBER OKTOBER – Kaft L. Josseaux

V. ran Cm on rdelijke uitp ever

F. Jacobs-Hennebel. Koninp Albertlaan 50, Kessel-Lo (Leuven)

Tekstvak:

Tekstvak: tijdingen over seksuologie M. IAAR 1962 Nr I 15 B. F.

Zelf volgde Dr.J.Vermeire alle Inter­nationale congressen over huwelijk en gezinsplanning waar hij, naar eigen zeggen, veel steun
en inspiratie vond. Vanwaar de naam seksuele hygiene? Hierop antwoordde hij dat hij een zo groot mogelijk publiek wilde bereiken,
kerkelijken en niet-kerkelijken, gelovigen en ongelovigen. Spreken van seksuele moraal zou onmiddellijk mensen doen afhaken.
Dr.Vermeire wilde de ruimte scheppen waarin het mogelijk was op een nieuwe wijze de seksualiteit ter sprake te brengen,
in al haar dimensies en in een duidelijke taal. (6) Hij wilde niet geidentificeerd worden als vertegen­woordiger van de
kerkelijke moraal of als moralist. Spreken van seksuele moraal zou het gesprek over seksualiteit onmiddellijk trekken
in een ideologische sfeer. De moraal was in die dagen, zeker in Vlaanderen, nog quasi-monopolie van de katholieke kerk.

Door te spreken van seksuele hygiene wist hij towel het moraliseren te vermijden als het in concurrentie
treden met de kerkelijke moraal. Hij presenteerde zijn betoog als medisch d.w.z. objectief, wetenschappelijk verantwoord,
georienteerd op een gezonde levenswijze. De medicus kon in die dagen dingen zeggen, die een moraaltheoloog niet mocht zeggen.
In dit verband is het ook significant dat het Instituut voor Familiale en Seksuolo­gische Wetenschappen,
dat in 1961 te Leuven opgericht werd, opgehangen werd in de faculteit geneeskunde en niet in theologie.
Merk op dat het familiale voorop staat! De seksuele problemen lagen dikwijls op moraaltehologisch‑

kerkelijk vlak, (=gewetensconflicten) maar een open discussie was toen binnen de kerkelijke setting niet mogelijk.

Spreken van seksuele hygiene was dus in feite een eufimisme om een alternatief seksueel moreel-normatief betoog te houden,
maar was ook een teken aan de wand voor een nieuw denken waarin rekening gehouden werd met gegevens uit de
natuurwetenschappen en de antropologische wetenschappen. Het gevaar ervan was dat seksuele ethiek zich beperkte tot hygiene,
d.w.z. een geheel van regels over seksueel functioneren zonder dat de vraag naar een zinvolle humane beleving aan bod kwam.
Als arts, schrijvend over seksuele kwesties, situeerde J.Vermeire zich in de rij van de artsen, die sinds de vorige eeuw talloze werken
produceerden over een gezond en zedelijk seksueel leven. Het medisch seksueel betoog dat in de 18de eeuw ontstond legitimeerde
of stelde de kerkelijk-burgerlijke seksuele moraal onder kritiek. Wat deze werken karakteriseerde was hun argumentatie:
zij fundeerden de seksuele normen op fysiologische, neurologische en biolo­gische wetten en goed was wat hygienisch en medisch verantwoord
was. Antikerkelijke artsen bekritiseerden de kerkelijke seksuele moraal als ongezond en ziekmakend en stelden een seksuele hygiene in de plaats.
De medisch seksuele hygiene presenteerde zichzelf als naturalistisch d.w.z. gesteund op de studie van de natuur en wars van alle
openbaringsgegevens. Dit belette christe­lijke artsen niet aan de kerkelijke seksuele moraal een naturalistische basis te geven.
De werken van J.Vermeire zijn duidelijk medisch van aard, maar zijn mensbeeld is christelijk geihspireerd.
Aanvankelijk gebruikt hij in zijn lezingen nog een kerkelijke taal, later niet meer omdat hij niemand wil uitsluiten.
De basis-visie bleef niettemin identiek: de seksualiteit is iets goed en schoons dat de mens kan verrijken en gelukkig maken.
In ons gesprek verklaarde hij dat hij op onze dagen zou spreken van een ‘ecologische’ seksuologie.

Wat de opvulling hiervan ook geweest is, met het concept seksuele hygiene bedoelde J.Vermeire een vrije en open ruimte
te scheppen voor een gesprek over het seksuele dat niet onmiddellijk in de kerkelijk-ideologische sfeer getrokken zou worden.
De medische sfeer waarin de seksualiteit ter sprake gebracht werd, garandeerde objectiviteit, wetenschappelijkheid en ernst.

VERMEIRE ALS SEKSUOLOOG

Dr.Jan Vermeire heeft nooit een academische leeropdracht gehad. Op de eerste plaats was hij een huisarts, die diep bewogen was
door het seksuele leed van zijn klienten en hieraan iets wilde doen. (7) Zelf noemde hij zich een ‘self-made’ man, dot , wil zeggen iemand
die het helemaal op zijn eentje geleerd heeft en waargemaakt. Achteraf vindt hij dit helemaal niet erg. Zolang hij in de seksuele hulpverlening
stond heeft hij zich onafhankelijk geweten tegenover kerkelijke en academische autoriteiten. Zijn seksuologische geschriften zijn het direct
produkt van zijn activiteiten als seksuoloog-hulpverlener. Volgens hem is de seksuologie een interdisciplinaire wetenschap welke van elke
eenzijdigheid wars moet zijn. Seksuologie heeft zowel te maken met fysiologie als psychologie, recht als moraal, antropologie als psychiatrie.

Uit ‘Seksuele hygiene’, zijn eerste boek, volgt ter illustratie van Dr.J.Vermeire’s oorspronkelijke denk-en schrijfstijl een passage over de
liefdedaad: “Men stoat dus oneindig ver of van de seksuele daad als ontspannings- of als genotmiddel. Door het sacramentele ja-woord
worden man en vrouw een vlees in de diepste betekenis van het woord en wordt de normaal-gestelde huwelijksdaad,
van de hoogste geestelijke vereniging tot de diepste lichaamlijke voldoening, een bron van genade.
Hieruit blijkt weer zeer duidelijk dat het huwelijksleven op twee pijlers moet rusten: zowel op de geestelijke als op de lichaamlijke harmonie.
Wanneer een van beide ontbreekt dan zal het huwelijk gemakkelijk op losse schroeven komen te staan.

Verder is het ook zeker, dat zowel de vrouw als de man recht hebben op de lichamelijke voldoening bij de huwelijksdaad.
Het mag voor de vrouw geen last, geen offer, geen noodzakelijk kwaad betekenen, en voor de man mag de liefde niet gelijk
staan met het stillen van een lichamelijke drang. Voor de man, zowel als voor de vrouw,
moet liefde betekenen: zich geven en niet een egot’stisch plezier zoeken.
Daarom mag de liefdedaad in het huwelijk niet een brutale onthulling zijn, moor moet een geleidelijke ontplooithg wezen.
Hieruit volgt dot de verantwoordelijkheid van de man zeer groot is.
Het mag bij hem niet zijn een ongebreideld toegeven aan zijn impulsiviteit, een zoeken naar bevredig.

Tekstvak: TIJDINGEN OVER SEKSUOLOGIE Tekstvak:

. Anderzijds mag de huwelijksdaad door de vrouw niet beschouwd worden als een verplichting,
waaraan ze zich onderwerpt uit angst dat hoar echtge­noot zijn genot ergens anders zou gaan zoeken.
Dat men uit geest van versterving niet vrijwillig mag verzaken aan orgasme, behoeft niet beklemtoond te worden,
ook al menen sommigen door goed mee te handelen.
Deze handels­wijze is veel gevaarlijker dan volledige onthouding en heeft al veel echtparen ongelukkig gemaakt.” (p.112-113)

EEN KATHOLIEK SEKSUOLOOG

Dr.J.Vermeire was van huize uit pratikerend katholiek. In zijn praktijk ontmoette hij de pijnlijke gevolgen van een rigide, legalistische,
lustvijandige seksuele voortplantings- en beheersings­moraal. Als katholiek en hulpverlener voelde hij zich geklemd tussen de katholieke
normen en de concrete individuele ellende. Jaren nadien vraagt hij zich nog of
of hij niet te ver gegaan is in het begrip voor de ellende van de mensen.

In feite was hij een aanhanger ‘avant la lettre ‘ van de verantwoordelijkheids­ethiek,d.w.z. iemand die met elk individu
zocht naar ‘le meilleur humain possible ‘. (8) Nooit heeft hij de wetten om de wetten herhaald.
De neurotische gevolgen van het legalisme had hij voldoende gezien in zijn praktijk. (9)
Voor hem was het wezenlijke dat mensen de hoop behielden dat er iets kon veranderen in hun situatie,
dat zij wisten dat zij niet de enigen waren die met het seksuele in conflict lagen en dat zij goed geihformeerd werden.

Vermeire heeft het steeds moeilijk gehad met K.I.D., niet omdat het verboden werd door de kerken,
maar omdat hij deze techniek niet kon plaatsen in een personalistische visie op huwelijk en

seksualiteit. In ‘Seksuele Hygiene’ diende Jan Vermeire zich aan als een expliciet christelijk gelhspireerde seksuoloog.
Later, mede onder invloed van binnen­kerkelijke tegenwind en kritiek op zijn werk, verdween het expliciet christelijke
naar de achtergrond. Door zich vrijer op te stellen tegenover kerkelijke auto­riteiten, kon hij ‘zeggen wat hij te zeggen’ had.
Het mensbeeld van waaruit hij schreef en de waarden die hij verdedigde, bleven niettemin christelijk gelhspireerd.

DE PUBLICIST

In 1957 publiceerde Jan Vermeire bij De Vroente in Kasterlee ‘Seksuele Hygiene ‘, een werk dat een enorm succes zou kennen en dat in 1965 reeds aan zijn zestiende druk toe was. Het werd vertaalrans en het Duits en tenslotte in het Italiaans, waar het verplichte lectuur werd voor de deelnemers aan verloofdenweekends. In 1970 verscheen het eerste deel van ‘De praktijk van de seksuologie ‘, het tweede deel in 1972. Beide werken verschenen ook in het Frans (La consultation de sexologie) en waren het resultaat van jarenlange ervaring als seksuoloog. In deel 1 schreef hij als inleiding: “Terwijl ik deze nota’s neerschrijf, druk ik de mening uit van duizenden mensen, die mij hun leed hebben toevertrouwd en waarschijnlijk ook van vele anderen, want het gaat hier over onze problemen, van ons alien”. (p.5) Ziehier de behandelde temata:

Tekstvak: de praktijk van de seksuologie

Tekstvak:

Deel 1: geseksueerd zijn, een drama…; man, en toch impotent? de frigide vrouw, een miskende; de masturbatie; de seksuele vereniging.

Deel 2: de geboorteregeling; de steriliteit, het celibaat, de homoseksua­liteit, de transseksualiteit, het exhibi­tionisme, het fetisjisme,
alcoholisme en seksualiteit; de gehandicapten.
Dr.J.Vermeire schreef niet voor geleer­den, maar voor het grote publiek. Zijn boeken zijn dan ook gesteld in een heldere taal,
zonder jargon, waarbij in elk hoofdstuk gevallen uit de praktijk geanalyseerd worden.

DE BETEKENIS VAN DR.J.VERMEIRE

Gedurende de 19 jaren dat Jan Vermeire als seksuologisch hulpverlener actief is geweest, heeft hij talloze lezingen gegeven.
Hij heeft de seksualiteit ter sprake gebracht in een tijd waarin woorden als masturbatie, menstruatie, seksualiteit,
… vieze woorden waren. In de vijftiger en zestiger jaren heeft hij een belangrijk aandeel gehad in de seksuele voorlichting in Vlaanderen.
Het gebeurde meermalen dat schoolbesturen en ouderverenigingen hem uitnodigden tot een ken nismaking-vergadering als voorbereiding
op een lezing voor de leer­ lingen, om te weten wat hij hen zou gaan vertellen. De angst voor de lust en het geslachtelijke was nog groot
toen hij zijn task aanvatte. Door het geslachte­ lijke te benoemen en bespreekbaar te maken ontdekten talloze mensen dat zij niet de
enigen waren met seksuele vragen en problemen. Van daar de rubriek in ‘ Tijdingen voor seksuologie’ ‘ Gedeeld leed’, waarin lezers(lezeressen)
hun pijn konden verwoorden. Sommigen vonden dit ‘flauwe kul’, onwetenschappe­ lijk, enz…, maar Dr.J.Vermeire dacht daar anders over.
Zijn geschriften hebben tallozen troost, inzicht en uitzicht gegeven. Ik zie in hem een pionier van de seksuologie,
de seksuele voorlichting en hulpverlening in Belgie en Vlaanderen.

Toen hij in 1958 te Gent een reeks lezingen gaf, ingericht door de universi­ taire parochie, over seksualiteit, stond er op de affiche:
Jan Vermeire noemt een kat een kat. Ik denk dat hij een van de eerste geweest is die,
in boeken voor een breder publiek bestemd, een klare taal gesproken heeft.

BESLUIT

Sinds acht jaren leeft Dr.J.Vermeire in een andere wereld, de vierde wereld. In 1973 heeft hij al zijn steekkaarten
en dossiers verbrand. Zelf beschikt hij niet eens over een volledige verzameling van zijn werken en bijdragen in tijdschriften.

Zijn intens engagement met de vierde wereld wiste data in verband met een vroegere levensperiode uit.
Zo trouw mogelijk heb ik getracht zijn verhaal op te tekenen. Is onze wereld, met een zogenaamde bevrijde seksualiteit,
er gelukkiger op geworden, vraagt hij zich af. Ontbreekt in het hedendaags seksueel betoog geen wezenlijke dimensie?
Wat doet mensen het bij elkaar uithouden? Hoe voedt ge een relatie? Door een huis te bouwen? door een wijnkelder aan te leggen?
door te reizen? Oprechte liefde is meer dan leuke seksuele spelletjes met elkaar te bedenken.
Durft onze wereld nog spreken over liefde en authentieke genegenheid?
Mensen lijden op onze dagen minder aan seksuele noden, aldus Jan Vermeire,
dan aan existentiele leegte en zinverlies. Genot en vreugde zijn niet identiek.

Tekstvak: Hij besluit: vroeger was seks taboe, nu God!

Jan ROLIES

VOETNOTEN

  • Nijs P., Seksuologie(Belgie), in

‘Winkler _______ Prins’, achtste druk vol.20, p. 285-286.

Christiaens M., Het instituut voor Familiale Seksuologische Wetenschappen van de K.U.Leuven, in:
Hoofdmomenten in de seksuologie, (Leuvense cahiers voor

seksuologie nr.4), Antwerpen, de

Nederlandse Boekhandel, 1978,
143-166.

Nuttin J., Het ontstaan van het Instituut voor Familiale en Seksuologische Weten­schappen aan de Leuvense Universiteit, in: Aktualiteiten,
relatie en seksualiteit, 8, 1985, 1, p. 15-30.

  • Dr.J.Vermeire merkte op dat het niet alleen artsen waren die het initiatief namen tot de oprichting van huwelijks-en gezinsraden,
    maar dat ook sociologen, moraaltheologen, psychologen en juristen onder de initiatiefnemers waren.
  • Wij volgen de rede die J.Vermeire hield te Heverlee over ‘Doel en werking van de Huwelijks-en gezinsraden’ tijdens de
    studieweek ‘Seksualiteit en groei naar volwassenheid’. Verslag van de studie­week, 1959, p. 6-11
  • Later kregen deze Raden de naam: Consultatiebureau’s voor Levens- en Gezinsmoeilijkheden.
  • Op voorstel van DR.J.Vermeire richtte de Bond voor Grote gezinnen in 1959 het Hoger Instituut voor Gezins­wetenschappen op,
    dat nog steeds bestaat.
  • In de jaren vijftig verstonden predikanten het nog om een uur over het seksuele te spreken zonder het ooit te vernoemen.
    Zij hadden het dan over kuisheid en onkuisheid, reinheid, de drift, het beest in de mens, oneerbare hande­lingen,…
    Rond het seksuele werd een wa gs van geheimzinnigheid opgehangen -de seksualiteit als een geheim erkennen is heel wat anders-
    wat gevolg had dat het seksuele overal en nergens was. (Rolies,J., Van geheimzinigheid naar geheim,
    in: ‘Universitair Parochieblad’, UP (Leuven), spec.nr. over Seksualiteit, 18 (1979) nr.5, p.52-56.
  • Zelf drukte hij het zo uit: ‘Mijn basis was de huisartsenpraktijk. Ik benaderde mijn klienten als medemensen,
    vol luisterbereidheid, begrip en medevoelen.
  • Uitdrukking van P. Ricoeur.
  • Dr.J.Vermeire drukt het aldus uit: ‘nor meloosheid maakt evenveel slacht­offers als rigide normering’.
↓