Het leefregeltje

 

Dit is mijn gebod: bemint elkander zoals Ik u heb bemind. (Jo 15,12)

Dit gebod is de basis van ons leven; degenen die wensen deel uit te maken van onze gemeenschap, verbinden zich ertoe dit gebod met volle inzet op te volgen.

Zulk engagement kan men alleen waarmaken door Jezus, Middelaar tussen de Vader en ons, te kennen, te beminnen, na te volgen.  Ons leven moet een permanent antwoord zijn op de oproep van het Evangelie.

Er zijn twee essentiële, tevens onafscheidbare panelen: het gemeenschapsleven en het onthaal.

1.Gemeenschapsleven.

De equipe staat open voor religieuzen en leken, mannen en vrouwen.  Zij leeft en wordt gevoed door de Eucharistische tegenwoordigheid, het gebed, de diepe eenheid in de fraterniteit en het engagement in het onthaal.

   De Eucharistie: door de aanwezigheid van het Allerheiligste Sacrament is de kapel het centrum van ons gemeenschapsleven: lof- en dankbetuigingen, aanbidding, bezinning, opbeuring, bron van liefde en actie

   Het gebed: Jezus heeft ons leren bidden door Zijn voorbeeld en Zijn leer: permanent gebed, in de stilte en in de actie, persoonlijk en gemeenschappelijk.  De Eucharistieviering is het hoogtepunt van ons gebedsleven.

   Broederschap : Wij zijn geroepen om samen te leven als broeders en zusters midden de minst bedeelden.  Door onze broederliefde, in Jezus beleefd, zullen wij onze zending vervullen.  Onze leefwijze moet zich aanpassen aan het milieu waarin wij leven.  Wij zijn niet volmaakt en wij moeten elkaar verdragen en steunen.  Het uitdiepen van ons geloof en de dagelijkse revisie zijn hiervoor onontbeerlijke middelen.

   De realiteit van het onthaal doet ons bewust worden van onze onmacht en keert ons voortdurend naar God toe.  Wij zijn zijn kinderen en wij stellen in Hem ons volledig ver­trouwen.

2. Onthaal.

Ieder maal dat gij dit gedaan hebt aan één van deze kleinsten, die Mijn broeders zijn, dat hebt gij aan Mij gedaan. (Mt. 25,40)

Zoals Jezus hier de kleinsten zou onthalen, zo moeten wij het ook doen.  Dit betekent dat onze gastvrijheid niet louter materieel kan zijn (voedsel, drank, klederen, warmte, admini­stratieve hulp): het essentieelste is het hart.  Wij kunnen geen echte relatie opbouwen zo wij niet met hen leven: wij moeten ze leren kennen, eerbiedigen, helpen en beminnen.  Op die manier zullen wij beter begrijpen welke de weerslag is van hun moeilijke situatie op hun relatie met God.  Wij zullen misschien de middelen vinden om ze hierin te helpen; onder andere zullen wij de dag beginnen en eindigen met aan de Heer onze vreugden, onze hoop, ons lijden op te dragen.  Indien onze vriendschap voor hen onontbeerlijk is, zullen zij van hun kant ons nog meer helpen o.a. om uit ons egoïsme te geraken.  Zo wordt het ont­haal, ons ‘werk’, een voortdurend gebed.

Wij hebben een bijzondere godsvrucht voor de Heilige Maagd die wij vereren als de Moeder van de Poverello.

Te Brussel, op 6 november 1980

Claire                     Teresa                   Jan

↓