Dagonthaal

In het Kapucijnenklooster ontdekte Jan een leegstaand zaaltje, dat uitgaf op de Zuinigheidsstraat 4, een zijstraat van het Vossenplein, de Oude Markt.  Toen dit, in samenwerking met de eerste medewerkers, opgeknapt en ingericht was, zette hij boven de deur : ‘Poverello’, wat in het Italiaans ‘kleine arme’ betekent, zoals Franciscus van Assisië 800 jaar geleden aangesproken werd.  

Door een klein grijs poortje in een blinde muur kwam je op een binnenkoer.  Deze oversteken, enkele trappen op en je kwam in het zaaltje.  Hier bevond zich een bar waar je frisdrank, een tas koffie, een soep of een boterham kon krijgen aan 5fr.  Dit alles werd in een eenvoudige en hartelijke sfeer gedaan door Jan en enkele andere vrijwilligers.  Nie­mand kon toen vermoeden dat er 15 jaar later honderden mensen zouden op afkomen, dat er in verschillende andere steden van België ook Poverello’s zouden zijn, dat er honderden personen zich zouden inzetten, dat er duizenden jongeren zouden langskomen, dat er tien­duizenden mensen het tijdschriftje zouden lezen, …

Toen duidelijk werd dat veel bezoekers op hun kamertje geen vuur hadden en dus nooit warm aten, is men beginnen koken. Het deed vlug de ronde dat je in Poverello goed en genoeg kon eten voor weinig geld. Hierdoor is het aantal bezoekers fel gestegen, er zijn dagen dat er tot 300 maaltijden worden opgediend. 

↓